De eerste ervaringen van Nicole Lemlijn, van het wethouderschap
Zoals jullie weten ben ik op 11 april jl. tot wethouder benoemd. Na een aantal spannende weken van coalitievorming ging het dan toch door. Dat betekende een snelle omschakeling; baan opzeggen, veel werkzaamheden onvoltooid overdragen en thuis reorganiseren; Frans meer thuis, meer oppas en meer poets-hulp.
De eerste twee dagen kon ik meelopen in een cursus voor leidinggevenden. Als beginner was dat prettig, omdat ik zo meteen een aantal “belangrijke” mensen in de organisatie leerde kennen. Daarnaast kon ik uit de discussies een eerste beeld vormen. Dat beeld stemde mij positief, omdat ik motivatie en betrokkenheid bij de mensen kon ervaren.
Daarna begon het echte werk, al was dat nog wel in een roes. Elk uur of half uur zat iemand anders bij mij aan tafel met steeds weer verschillende onderwerpen. Vanaf de eerste dag kwamen ambtenaren met beleidsvoorstellen, waarvan ze van mij toch enige sturing verwachtten. De eerste dagen is dat erg vreemd. Ambtenaren die een goede opleiding hebben genoten, maanden met materie bezig zijn, en toch van de wethouder, die zich op dat moment nog aardig “leek” voelt sturing verwachten.
Het opvallende vond ik wel dat ik vanaf de tweede week die sturing ook ging geven. Ik merkte daarbij ook dat ik daarbij veel steun had aan de vele discussies die we vaak binnen de fractie van DOE!, maar vooral ook in het kleine groepje (Wil, Fons en ik) op maandagavond hebben gevoerd.
Het werkterrein is erg breed. Ik vind het dan ook de kunst om op een of andere manier toch zelf de regie te houden. Daarom heb ik voor mezelf enkele prioriteiten gesteld die als eerste de aandacht verdienen. Voor mij zijn dat:
1. Dorps- en wijkraden
2. Zuidelijke omleiding
3. Kranenmortel / wel-geen sportbestemming
4. Dienstverlening
5. Subsidiebeleid
6. Buitenwegen
7. Sociaal-cultureel centrum
8. Collectief verkeers- en vervoerplan
9. Voetgangersgebied
Op cursussen heb ik al geleerd dat dit lijstje veel te lang is. Je kunt maximaal 3 speerpunten hebben. Deze luxe heb ik niet, al zijn er gelukkig periodes waarbij onderwerpen zodanig op de rit staan dat ze minder tijd vragen.
Als mens moest ik wel wennen aan mijn functie. Mensen zien je anders, opeens ben je voor sommigen “interessant”. Een andere nieuwe wethouder drukte het zo uit: “Ik heb opeens vrienden!”.
Mensen spreken me aan met “u” en mevrouw, terwijl ik eigenlijk liever met “je” en Nicole word aangesproken. Van de andere kant heb ik ook al wel ervaren dat enige afstand goed kan zijn om het “doel” te bereiken (als de wethouder zegt dat het goed is, dan zal het wel goed zijn). Of om enige afstand te houden als mensen je onverwacht minder prettig bejegenen omdat ze hun eigen doel niet kunnen verwezenlijken.
Het mooie is toch de breedte van het werkterrein, de vele plekken waar ik in de keuken mag keuken en de vele verschillende contacten.
De vele representatieve taken blijken ook leuker dan gedacht. Het is toch vaak feest, goede sfeer en origineel.
Nadeel is wel dat het tot nu toe druk geweest is. Overdag volle werkweken, met zo veel mogelijk wel de woensdagmiddag vrijhouden. Drie avonden weg per week was heel normaal, en daarnaast waren nog alle weekenden bezet met bepaalde activiteiten.
Ik zal er wel naar streven om in het weekend toch zeker één dag helemaal vrij te houden. Daarnaast zal ik ook wat strakker mijn avonden moeten bewaken. Al is het maar om overdag ook goed fit te zijn, maar natuurlijk ook om in beeld te houden wat er thuis allemaal speelt.
Communicatie
Goede communicatie is de basis voor efficiënt werken, goede sfeer en goede dienstverlening. Voor mijzelf een vanzelfsprekendheid. Duidelijk aangeven wat je doet en wanneer je het doet.
Dit punt kwam veelvuldig naar voren bij de bezoeken die ik bracht aan de dorps- en wijkraden. Voor mij een vanzelfsprekendheid dat binnen een korte termijn de afspraken in een brief richting raden zou worden vastgelegd.
Voor mij werd dit een ervaring met slechte interne communicatie. Want nu, twee maanden later zijn deze brieven nog niet de deur uit. Daarmee worden de (voor)oordelen bevestigd zoals ze vaak geuit worden.
Het maakt een aantal knelpunten duidelijk die handvatten geven om aan te werken. Vanaf de volgende bezoeken zal dit beter moeten!
Dualisme en draagvlak
Sinds mijn aantreden heb ik weinig contact met DOE! gehad. Dit hebben we ook met elkaar afgesproken. Bij het sturen voel ik me ook wethouder van heel Deurne. Tevens ben ik natuurlijk ook de afgevaardigde wethouder van DOE! en vind ik het belangrijk dat DOE! zich kan herkennen in mijn beleid/voorstellen. Daarom is het toch belangrijk om voeling met elkaar te houden. Daartoe wil ik af en toe de fractie bezoeken om informatie uit te wisselen. Ik wil daar ook graag meningen ophalen, zodat deze in het beleid meegenomen kunnen worden.
In het verkiezingsprogramma hebben we vooral aangegeven dat we voor daadkracht staan. Dit staat voor mij ook voor een stukje “no nonse” beleid, niet te lang dralen en keuzes maken. Anderzijds moet je ook steeds weer zorgen voor voldoende draagvlak bij voorstellen en ideeën. Ik ervaar hier wel een spanningsveld, omdat dit laatste natuurlijk extra tijd en overleg vraagt. Een goede afweging tussen beide moet steeds gezocht worden. Daarnaast betekent het ook dat iedereen over je schouders heen kijkt en een mening heeft. Al dan niet genuanceerd.
College
Op dinsdagmorgen is er college-overleg. Gezien de volle agenda’s is er verder weinig gezamenlijk overleg. Het is prettig dat de wethouders van dezelfde leeftijd zijn, waardoor discussies laagdrempelig gevoerd kunnen worden. Anderzijds hebben we ook “geluk” met onze ervaren burgemeester, waardoor te veel “ad hoc” beleid en herkansingen van diverse kanten kunnen worden voorkomen.
De ondersteuning loopt via de gemeentesecretaris. Hij is open, actief en direct.
Wat dat betreft staat er een stevig team om mee vooruit te kunnen.
Over de samenwerking binnen het College ben ik tevreden. Er wordt samen goed overlegd en gediscussieerd, zonder dat daar partijpolitiek wordt gevoerd.
Tot nu toe heb ik nog niet het gevoel gehad dat de werkdruk met een vierde wethouder duidelijk lager zou zijn. De collegevergaderingen gaan vrij snel, waarschijnlijk dankzij het kleine groepje. Daarnaast is het continue de goede afweging maken tussen zaken waar ik wél of niet persé bij moet zijn. Het feit dat iets interessant is, is niet altijd een voldoende reden.
Raad
De reden waarom ik uiteindelijk in de politiek terecht ben gekomen is omdat ik het heel interessant vind om er met zijn allen aan te werken om van Deurne een dorp te houden / maken waar we met zijn allen trots op zijn en waar we graag wonen.
Zo heb ik in het verleden ook altijd de commissievergaderingen ervaren; wat vind ik van voorstellen, wat zou er anders moeten, en hierover de discussie met elkaar aangaan.
Het is duidelijk dat niet iedereen de rol in de raad op deze manier invult. Het gaat dan meer om het profileren dan om de inhoud. Ik moet daar aan wennen, al realiseer ik me dat dat bij “het spel” hoort. Dat maakt het makkelijker.
Uit bovenstaande hebben jullie een indruk gekregen van mijn ervaringen. Ik ben blij dat ik dit werk mag doen, dat is duidelijk. Maar daarbij wil ik het niet idealiseren. Het is hard werken en er kijken erg veel mensen mee.
Het lijkt me goed om volgend jaar opnieuw de balans op te maken, want dan zullen in dit verhaal zeker wel wat verschuivingen hebben plaatsgevonden. Ik ben er zelf ook benieuwd naar!
Groeten,
Nicole Lemlijn